zondag 24 juli 2016

Dikke 10+

Vanochtend was ik bijtijds wakker. Buiten was het fijn fietsweer, bewolkt maar droog, windstil en nog niet te warm. Sinds lange tijd kreeg ik weer eens zin om een flink stuk lekker hard te gaan rijden. Na alle ritjes in de Alleweder had ik ook echt weer zin in rijden met de Quest.

Ik fietste van Houten via Schalkwijk over de Lekdijk naar de pont van Amerongen. Via de zuidelijke Rijndijk reed ik naar de brug van Rhenen. In Rhenen bracht ik een kort bezoekje aan mijn ouders waarna ik de Heuvelrug over ging naar Elst en Amerongen. Via de Amerongseberg, de Kaapse Bossen en Doorn reed ik terug.

Wat ging het lekker! Wat is een Quest toch een heerlijk snelle, stille en comfortabele fiets ten opzichte van de oude charmante Alleweder. Het snelheidsverschil tussen beide fietsen is bij stevig doortrappen meer dan 10 km/h. Op het heerlijk snelle stuk van de Langbroekerweg, waar de asfalt-elfjes telkens 'sneller, sneller' in mijn oor fluisteren en ik eerder deze week met de (beladen) Alleweder een sprint had gemaakt tot 43 km/h, reed ik nu in een sprint 60 km/h.
Ik begrijp nog steeds niet goed wat het snelheidsverschil tussen beide fietsen zo groot maakt.

Het ging dus heerlijk snel. Op de dijk waren veel racefietsers en dat werkt voor mij als een rode lap op een stier. Doorgaans reed ik ze met 43 à 46 km/h voorbij. Omhoog bij de sluizen in het Amsterdam-Rijnkanaal nabij Wijk bij Duurstede (Romeinenbaan) probeer ik sowieso altijd flink hard te trappen. Dit keer had ik mazzel: er reed een peloton racefietsers voor me. Vlak voor het hoogste punt haalde ik ze in met een respectabele 48 km/h. Een nieuw persoonlijk record!
Het inhalen van racefietsers werkt stimulerend maar omhoog is het pas echt leuk! Op de Amerongseberg waren ook de nodige racefietsers. Ik reed ze allemaal omhoog voorbij. Ééntje probeerde me nog te volgen nadat ik 'm met 25 km/h voorbij was gegaan maar het werd toen snel minder stijl zodat hij kansloos was.

Als ik zo aan het racen ben merk ik wel dat ik minder voorzichtig ga fietsen. Ik stoor me dan bijvoorbeeld aan een auto die me inhaalt om bijna direct daarna te moeten remmen (vaak voor breed naast elkaar fietsenden bejaarden met elektrische fietsen) zodat ik ook moet remmen. Ik heb een hekel aan remmen... Dat stimuleert me dan om vervolgens te proberen om die auto zo goed mogelijk te volgen (doorgaans op een 60 km/h-weg). Soms rijd ik daarbij harder dan achteraf verstandig.

Om geen verkeerd beeld te wekken: nadat ik een stukje echt hard gegaan ben fiets ik doorgaans ook wel weer stukjes wat rustiger, bijvoorbeeld zo'n 36 km/h. Als ik dat doe krijg ik snel weer zin om 40+ te gaan rijden of nog harder. Deze afwisseling levert denk ik een goede training voor het ontwikkelen van snelheid en is bovendien ook erg leuk.

1 opmerking:

Piet zei

Herkenbaar. Snel rijden in een VM is eigenlijk altijd interval-training. Een sprinter met duurvermogen komt het best tot zijn recht in een VM.